Nederlands · primair onderwijs
Kerndoel 6: De leerling toont inzicht in taal als systeem
De leerling toont inzicht in taal als systeem.
2 onderdelen, 10 uitwerkingen · domein Taal
Vorm en betekenis beschouwen
De leerling beschouwt de relatie tussen vorm en betekenis van taal.
- 6-A-1
Verkennen hoe letterklanken, klemtoon, intonatie en ritme samenhangen met de betekenis van taal.
- 6-A-2
Inzicht tonen in de opbouw van basale woorden om de betekenis af te leiden.
- 6-A-3
Verkennen hoe woordvolgorde en zinsdelen de betekenis van een zin bepalen.
- 6-A-4
Verkennen hoe woordgebruik, stijlmiddelen en opbouw van teksten de betekenis beïnvloeden.
- 6-A-5
Functioneel gebruiken van taalkundige begrippen en taalbeschouwingsstrategieën bij het denken en praten over spelling en grammatica.
Spelling, formulering en interpunctie
De leerling toont inzicht in regels en procedures voor spelling, formulering en interpunctie.
- 6-B-1
Correct formuleren op woord-, zins- en tekstniveau.
- 6-B-2
Verbinden van vorm en betekenis om de correcte spelling te achterhalen.
- 6-B-3
Ontwikkelen van spellingbewustzijn en spellinggeweten.
- 6-B-4
Reflecteren op gemaakte keuzes in woorden en zinnen.
- 6-B-5
Inzetten van hulpmiddelen en bronnen om regels en procedures correct toe te passen en teksten te redigeren.
Zoek je Nederlands voor het voortgezet onderwijs? Bekijk kerndoel 1 t/m 9 van het voortgezet onderwijs.
Bron: SLO, Kerndoelen primair onderwijs (juli 2026). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.
