Nederlands · primair onderwijs

Kerndoel 7: De leerling verkent het gebruik van taal

De leerling verkent het gebruik van taal.

2 onderdelen, 9 uitwerkingen · domein Taal

7-A

Talige identiteit

De leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan identiteit.

  1. 7-A-1

    Verkennen van het eigen talige repertoire in relatie tot hoe je wilt overkomen en tot welke groepen je wilt behoren: talen en taalvariëteiten, gebaren, lichaamstaal.

  2. 7-A-2

    Verkennen van het eigen talige repertoire in relatie tot publiek, doel en context.

  3. 7-A-3

    Reflecteren op hoe je overkomt op anderen op basis van keuzes in het eigen talige repertoire.

  4. 7-A-4

    Waarderen van het eigen talige repertoire.

7-B

Taalvariatie en taalverandering

De leerling verkent taalvariatie en taalverandering in het Nederlandse taalgebied.

  1. 7-B-1

    Verkennen van verschillende taalvariëteiten van het Nederlands: school- en vaktaal, groeps- en streektalen.

  2. 7-B-2

    Vergelijken van de contexten waarin verschillende talen en taalvariëteiten worden gebruikt.

  3. 7-B-3

    Benoemen van overeenkomsten en verschillen tussen het Nederlands en andere talen en taalvariëteiten op klank-, woord- en zinsniveau.

  4. 7-B-4

    Verkennen van overtuigingen over verschillende talen en taalvariëteiten.

  5. 7-B-5

    Verkennen van veranderingen in taalgebruik onder invloed van tijd, media en maatschappelijke ontwikkelingen.

Zoek je Nederlands voor het voortgezet onderwijs? Bekijk kerndoel 1 t/m 9 van het voortgezet onderwijs.

Bron: SLO, Kerndoelen primair onderwijs (juli 2026). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.