Kunst en cultuur · primair onderwijs

Kerndoel 36: De leerling maakt kunstzinnige uitingen

De leerling maakt kunstzinnige uitingen.

2 onderdelen, 10 uitwerkingen · domein Maken en betekenis geven

36-A

Verbeelden en creëren

De leerling drukt zich individueel en samen met anderen uit in vormen van kunst.

  1. 36-A-1

    Gebruiken van verbeeldende elementen uit beeldende kunst en muziek, alsmede van dans, of film, of theater bij het maken van eigen werk.

  2. 36-A-2

    Verbeelden van verhalen, ideeën, gedachten, ervaringen en gevoelens.

  3. 36-A-3

    Maken van kunstzinnige uitingen als reactie op maatschappelijke vraagstukken en gebeurtenissen.

  4. 36-A-4

    Ontwerpen en realiseren van toegepaste vormen van kunst.

  5. 36-A-5

    Herinterpreteren van bestaand werk.

36-B

Kunstzinnige technieken en vaardigheden

De leerling gebruikt technieken en vaardigheden bij het maken van individueel en gezamenlijk werk.

  1. 36-B-1

    Beeldende materialen, technieken en gereedschappen.

  2. 36-B-2

    Muzikale technieken en instrumenten.

  3. 36-B-3

    Fotografische en filmische technieken of.

  4. 36-B-4

    Dansante technieken of.

  5. 36-B-5

    Spel- en acteertechnieken.

Zoek je Kunst en cultuur voor het voortgezet onderwijs? Bekijk kerndoel 40 t/m 42 van het voortgezet onderwijs.

Bron: SLO, Kerndoelen primair onderwijs (juli 2026). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.