Kunst en cultuur · primair onderwijs
Kerndoel 35: De leerling ontwikkelt artistiek creatief vermogen
De leerling ontwikkelt artistiek creatief vermogen.
3 onderdelen, 14 uitwerkingen · domein Artistiek creatief vermogen
Creatieve maak- en denkstrategieën
De leerling gebruikt creatieve maak- en denkstrategieën in een iteratief kunstzinnig proces.
- 35-A-1
Omgaan met speelruimte: experimenteren, improviseren en spelen met materialen, technieken, beweging, klank en instrumenten.
- 35-A-2
Verkennen van eigen en gezamenlijke ideeën bij het maakproces.
- 35-A-3
Gebruiken van ideeën van andere makers als inspiratie voor eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- 35-A-4
Gebruiken van uitingen van kunst en cultuur als inspiratie voor eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- 35-A-5
Bijstellen van eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
Ontwikkelen van creatieve vermogens
De leerling onderzoekt het eigen artistiek creatief vermogen.
- 35-B-1
Oriënteren op diverse technieken, materialen, middelen, vormen en processen.
- 35-B-2
Bespreken van getoonde eigen of gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
- 35-B-3
Kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur.
- 35-B-4
Verwoorden van eigen artistieke voorkeuren en vermogens tijdens het maakproces.
Betekenis geven
De leerling onderzoekt betekenissen van kunst en cultuur tijdens het maken en meemaken.
- 35-C-1
Bespreken van betekenissen van eigen kunstzinnig werk en dat van medeleerlingen.
- 35-C-2
Beschouwen en beschrijven van uitingen van kunst en cultuur van uiteenlopende makers.
- 35-C-3
Gebruiken van vaktaal.
- 35-C-4
Vragen stellen over de betekenissen van uitingen van kunst en cultuur.
- 35-C-5
Verwoorden van een mening over uitingen van kunst en cultuur.
Zoek je Kunst en cultuur voor het voortgezet onderwijs? Bekijk kerndoel 40 t/m 42 van het voortgezet onderwijs.
Bron: SLO, Kerndoelen primair onderwijs (juli 2026). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.
