Rekenen en Wiskunde · voortgezet onderwijs
Kerndoel 15: De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundig gereedschap
De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundig gereedschap.
2 onderdelen, 10 uitwerkingen · domein Wiskundige denk-werkwijzen
Gebruik van wiskundetaal en wiskundige representaties
De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundige representaties.
- 15-A-1
Gebruiken van wiskundige symbolen, notaties en begrippen.
- 15-A-2
Leesbaar weergeven van berekeningen en probleemaanpakken.
- 15-A-3
Kiezen en bedenken van representaties om berekeningen en wiskundige redeneringen weer te geven en uit te wisselen.
- 15-A-4
Kritisch beoordelen van een representatie.
- 15-A-5
Relaties leggen tussen verschillende representaties van een wiskundig concept.
Gebruik van wiskundige instrumenten
De leerling gebruikt meetinstrumenten en andere wiskundige instrumenten.
- 15-B-1
Beredeneerd kiezen voor gebruik van een instrument op basis van de mogelijkheden, beperkingen en meetnauwkeurigheid.
- 15-B-2
Vooraf schatten van meetresultaten en uitkomsten.
- 15-B-3
Gebruiken van een instrument en de bijbehorende wiskundetaal.
- 15-B-4
Bepalen, interpreteren en beoordelen van het resultaat.
- 15-B-5
Uitvoeren van berekeningen met een digitaal instrument, en aangeven van de mate van nauwkeurigheid van de verkregen uitkomst.
havo/vwo
Zoek je Rekenen en Wiskunde voor het primair onderwijs? Bekijk kerndoel 10 t/m 18 van het primair onderwijs.
Bron: SLO, Kerndoelen voortgezet onderwijs (2026, derde druk). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.
