Nederlands · voortgezet onderwijs

Kerndoel 9: De leerling toont inzicht in literatuur

De leerling toont inzicht in literatuur.

4 onderdelen, 17 uitwerkingen · domein Literatuur

9-A

Verhalende teksten

De leerling toont inzicht in verhalende teksten.

  1. 9-A-1

    Beschrijven welk probleem of welke wens van een hoofdpersoon de motor van het verhaal is en hoe het verhaal zich ontwikkelt.

  2. 9-A-2

    Beschrijven van de verschillende rollen van personages, hun karakter en ontwikkeling.

  3. 9-A-3

    Beschrijven hoe een schrijver verschillende verteltechnieken gebruikt om bepaalde effecten te bereiken.

  4. 9-A-4

    Beschrijven hoe tijd, plaats en omstandigheden het verhaal beïnvloeden.

9-B

Literaire genres

De leerling toont inzicht in genrekenmerken van literatuur.

  1. 9-B-1

    Onderscheiden van poëzie-, proza- en dramateksten op basis van genrekenmerken.

  2. 9-B-2

    Benoemen van het effect op de leesbeleving van verschillende genrekenmerken.

  3. 9-B-3

    Analyseren van kenmerkend taalgebruik in literaire genres: figuurlijk taalgebruik, stijlfiguren, rijm en ritme.

  4. 9-B-4

    Analyseren van kenmerkende visuele elementen in literaire genres: illustraties, vormgeving, typografie.

9-C

Literatuur uit verschillende tijden

De leerling verkent literatuur die geschreven is in verschillende periodes en contexten.

  1. 9-C-1

    Lezen, bekijken of beluisteren van literatuur uit verschillende tijden.

  2. 9-C-2

    Verkennen van de tijd en context waarin het verhaal geschreven is.

  3. 9-C-3

    Verwoorden van verschillen en overeenkomsten tussen historische teksten en de eigen tijd, leef- en belevingswereld.

  4. 9-C-4

    Verwoorden van universele thema’s in literatuur door de tijd heen.

9-D

Literatuur in tijd en context

havo/vwo

De leerling legt verbanden tussen de inhoud van literatuur en de periode en context waarin deze is geschreven.

  1. 9-D-1

    Beschrijven van verschillen en overeenkomsten tussen oudere en hedendaagse literatuur.

    havo/vwo

  2. 9-D-2

    Beschrijven van verschillen en overeenkomsten tussen versies van literaire teksten.

    havo/vwo

  3. 9-D-3

    Beschrijven van relaties tussen de periode en context waarin de tekst is geschreven en het wereldbeeld van de schrijver.

    havo/vwo

  4. 9-D-4

    Beschrijven van opgedane inzichten over historische tijdvakken.

    havo/vwo

  5. 9-D-5

    Herkennen van literair-culturele sporen in literatuur uit heden en verleden.

    havo/vwo

Zoek je Nederlands voor het primair onderwijs? Bekijk kerndoel 1 t/m 9 van het primair onderwijs.

Bron: SLO, Kerndoelen voortgezet onderwijs (2026, derde druk). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.