Nederlands · voortgezet onderwijs

Kerndoel 6: De leerling toont inzicht in taal als systeem

De leerling toont inzicht in taal als systeem.

4 onderdelen, 17 uitwerkingen · domein Taal

6-A

Vorm en betekenis beschouwen

De leerling beschouwt de relatie tussen vorm en betekenis van taal.

  1. 6-A-1

    Verkennen hoe letterklanken, klemtoon, intonatie en ritme samenhangen met de betekenis van taal.

  2. 6-A-2

    Inzicht tonen in de opbouw van complexe woorden om de betekenis af te leiden.

  3. 6-A-3

    Beschrijven hoe de betekenis in complexe zinnen bepaald wordt door de woordvolgorde en de zinsdelen.

  4. 6-A-4

    Verkennen hoe register, stijlmiddelen en opbouw van teksten een relatie hebben met het communicatieve doel.

  5. 6-A-5

    Functioneel gebruiken van taalkundige begrippen en taalbeschouwingsstrategieën bij het redeneren over de spelling en grammatica.

6-B

Spelling, formulering en interpunctie

De leerling toont inzicht in regels en procedures voor spelling, formulering en interpunctie.

  1. 6-B-1

    Correct formuleren op woord-, zins- en tekstniveau.

  2. 6-B-2

    Verbinden van vorm en betekenis om de correcte spelling te achterhalen.

  3. 6-B-3

    Ontwikkelen van spellingbewustzijn en spellinggeweten.

  4. 6-B-4

    Reflecteren op gemaakte keuzes in woorden en zinnen.

  5. 6-B-5

    Inzetten van hulpmiddelen en bronnen om regels en procedures correct toe te passen en teksten te redigeren.

6-C

Zakelijke genres

havo/vwo

De leerling toont inzicht in zakelijke genres.

  1. 6-C-1

    Benoemen van kenmerken met betrekking tot context, doel, inhoud en vorm, passend bij een genre.

    havo/vwo

  2. 6-C-2

    Herkennen van genrespecifieke kenmerken van taalgebruik.

    havo/vwo

  3. 6-C-3

    Reflecteren op gebruik van genrekenmerken in relatie tot het communicatieve doel.

    havo/vwo

6-D

Overtuigingskracht van teksten

havo/vwo

De leerling verkent de overtuigingskracht van teksten.

  1. 6-D-1

    Herkennen van standpunt en argumenten in teksten.

    havo/vwo

  2. 6-D-2

    Herkennen van de context waarin de argumentatie plaatsvindt.

    havo/vwo

  3. 6-D-3

    Verkennen van de geloofwaardigheid van de spreker of schrijver.

    havo/vwo

  4. 6-D-4

    Beschrijven hoe gevoelens worden opgeroepen bij het publiek.

    havo/vwo

Zoek je Nederlands voor het primair onderwijs? Bekijk kerndoel 1 t/m 9 van het primair onderwijs.

Bron: SLO, Kerndoelen voortgezet onderwijs (2026, derde druk). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.