Mens en natuur · voortgezet onderwijs

Kerndoel 29: De leerling verkent en verklaart de wereld vanuit een natuurwetenschappelijk en technologisch perspectief

De leerling verkent en verklaart de wereld vanuit natuurwetenschappelijk en technologisch perspectief.

5 onderdelen, 37 uitwerkingen · domein Natuurwetenschappen en technologie

29-A

Vraagstukken

De leerling verkent de leefomgeving en onderzoekt vraagstukken uit de wereld.

  1. 29-A-1

    Ervaringen in de leefomgeving opdoen met het waarnemen en waarderen van natuur en technologie.

  2. 29-A-2

    Onderzoeken van vraagstukken over natuurwetenschappelijke verschijnselen, technische systemen, gezondheid, natuurbeheer, veiligheid, duurzaamheid en ruimtelijke inrichting.

  3. 29-A-3

    Onderscheiden van verschillende perspectieven op en mogelijke oplossingen voor een vraagstuk.

  4. 29-A-4

    Reflecteren op de waarde en geldigheid van een oplossing en de impact ervan op de omgeving en samenleving.

  5. 29-A-5

    Oriënteren op profielen, studies en beroepen met beroepsbeelden en rolmodellen vanuit de eigen interesses, ambities en capaciteiten.

29-B

Denkwijzen

De leerling gebruikt natuurwetenschappelijke en technologische denkwijzen bij het ontdekken en verklaren van de wereld.

  1. 29-B-1

    Redeneren met patronen en oorzaak-gevolgrelaties.

  2. 29-B-2

    Redeneren met structuur, vorm, eigenschap en functie.

  3. 29-B-3

    Redeneren met schaal, verhoudingen en hoeveelheden.

  4. 29-B-4

    Redeneren met systemen en modellen.

  5. 29-B-5

    Redeneren met behoudswetten, kringlopen en transport.

  6. 29-B-6

    Analyseren van aspecten van een systeem met een model.

    havo/vwo

  7. 29-B-7

    Beschrijven dat keuzes bij het opstellen van een model, beperken waarover het model wel of niet een uitspraak kan doen.

    havo/vwo

  8. 29-B-8

    Beschrijven dat modellen het gedrag van een systeem kunnen voorspellen.

    havo/vwo

  9. 29-B-9

    Beschrijven dat aannames en randvoorwaarden van modellen de geldigheid van voorspellingen beperken.

    havo/vwo

29-C

Werkwijzen

De leerling gebruikt natuurwetenschappelijke en technologische werkwijzen bij het ontdekken en verklaren van de wereld.

  1. 29-C-1

    Toepassen van onderzoeks- en ontwerpstappen op een systematische en iteratieve wijze.

  2. 29-C-2

    Veilig, doelmatig en duurzaam gebruiken van digitale en analoge instrumenten, gereedschappen, stoffen en materialen.

  3. 29-C-3

    Interpreteren van kwalitatieve en kwantitatieve metingen en waarnemingen.

  4. 29-C-4

    Onderbouwen van conclusies en oplossingen met argumenten en afwegingen, met gebruik van vaktaal.

  5. 29-C-5

    Gebruiken van modellen die verschijnselen en systemen beschrijven.

  6. 29-C-6

    Voorspellen van situaties en systemen met modellen.

    havo/vwo

  7. 29-C-7

    Benoemen van overeenkomsten en verschillen tussen model en werkelijkheid.

    havo/vwo

  8. 29-C-8

    Aanpassen van parameters in een bestaand model.

    havo/vwo

  9. 29-C-9

    Relaties leggen tussen variabelen met een model.

    havo/vwo

  10. 29-C-10

    Evalueren of uitkomsten aannemelijk zijn.

    havo/vwo

29-D

Aard van natuurwetenschappen en technologie

De leerling verkent de aard van natuurwetenschappen en technologie.

  1. 29-D-1

    Oriënteren op het systematisch werken waarmee wetenschappers en technologen tot betrouwbare kennis en optimale oplossingen te komen.

  2. 29-D-2

    Verkennen hoe wetenschappers en technologen eerlijk, onafhankelijk, transparant, verantwoordelijk en zorgvuldig werken.

  3. 29-D-3

    Discussiëren over wat het betekent dat wetenschappelijke kennis bestaat uit modellen, en waar de grens van die modellen ligt.

  4. 29-D-4

    Reflecteren of alles mag wat kan: maakbaarheid en ethische grenzen.

  5. 29-D-5

    Betekenis geven aan de toegevoegde waarde van wetenschappelijke kennis en technologische oplossingen voor de samenleving.

  6. 29-D-6

    Verkennen dat nieuwe technologieën en inzichten leiden tot ontwikkeling van modellen met andere verklaringen.

    havo/vwo

  7. 29-D-7

    Verkennen hoe vanuit verschillende perspectieven naar eenzelfde model kan worden gekeken.

    havo/vwo

  8. 29-D-8

    Verkennen hoe wetenschap continu in ontwikkeling is, en dat inzichten kunnen veranderen.

    havo/vwo

29-E

Veiligheid

De leerling toont begrip van gevaren van fysische, geologische, chemische en biologische verschijnselen, mogelijke voorzorgsmaatregelen en hoe te handelen in geval van nood.

  1. 29-E-1

    Statische en bewegende elektrische lading, geluid, onweer, straling, zonlicht.

  2. 29-E-2

    Extreem weer, diep en stromend water, ijs, extreme kou en hitte.

  3. 29-E-3

    CO, brand, rook en chemicaliën: toxiciteit, dosis en effect.

  4. 29-E-4

    Wilde dieren, giftig voedsel, allergische reacties, ernstige bloedingen en hartstilstand.

  5. 29-E-5

    Aardbevingen, overstromingen en vulkaanuitbarstingen.

Zoek je Mens en natuur voor het primair onderwijs? Bekijk kerndoel 29 t/m 32 van het primair onderwijs.

Bron: SLO, Kerndoelen voortgezet onderwijs (2026, derde druk). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.