Digitale geletterdheid · voortgezet onderwijs

Kerndoel 21: De leerling zet digitale technologie en digitale media in

De leerling zet digitale technologie en digitale media in.

4 onderdelen, 24 uitwerkingen · domein Praktische kennis en vaardigheden

21-A

Digitale systemen

De leerling zet digitale systemen functioneel in.

  1. 21-A-1

    Beschrijven van wat technisch nodig is om digitale systemen te laten werken en in een netwerk te laten samenwerken.

  2. 21-A-2

    Beschrijven van de werking van internet en de plaats van slimme apparatuur daarin.

  3. 21-A-3

    Gebruiken van geavanceerde mogelijkheden van software voor communicatie, samenwerken en het creëren en bewerken van verschillende typen bestanden.

  4. 21-A-4

    Herkennen van digitale systemen die in bedrijven, in de wereld van de media en door de overheid gebruikt worden bij het uitvoeren van taken of het oplossen van problemen.

  5. 21-A-5

    Bijhouden van nieuwe technologische ontwikkelingen, hun mogelijkheden en beperkingen.

21-B

Digitale media en informatie

De leerling navigeert doelgericht in het digitale media- en informatielandschap voor het verwerven en verwerken van informatie.

  1. 21-B-1

    Combineren van geschikte zoekhulpmiddelen, zoekopdrachten en zoekstrategieën.

  2. 21-B-2

    Beoordelen van aangeboden en gevonden informatie op betrouwbaarheid en bruikbaarheid, rekening houdend met eigenschappen van bronnen, zoekhulpmiddelen en gebruikte media.

  3. 21-B-3

    Reflecteren op de geschiktheid van gebruikte zoekstrategieën, zoekhulpmiddelen en zoekopdrachten voor het verkrijgen van het gewenste resultaat.

  4. 21-B-4

    Beschrijven hoe sociale media werken en hoe ze de aandacht van gebruikers trekken, vasthouden en beïnvloeden.

  5. 21-B-5

    Reflecteren op welke wijze eigen kennis, opvattingen en voorkeuren de interpretatie van digitale informatie beïnvloeden.

  6. 21-B-6

    Gebruikmaken van vakspecifieke zoekstrategieën, zoekhulpmiddelen en zoekopdrachten.

    havo/vwo

21-C

Data

De leerling verkent het gebruik van data en dataverwerking.

  1. 21-C-1

    Redeneren over hoe een dataset een beperkt beeld geeft van de werkelijkheid.

  2. 21-C-2

    Uitvoeren van onderzoek met een dataset om een vraag te beantwoorden, een taak uit te voeren of een probleem op te lossen.

  3. 21-C-3

    Beschrijven van het gebruik van data door bedrijven, instellingen en overheden.

  4. 21-C-4

    Beschrijven van de toenemende mogelijkheden om datagestuurd te werken.

  5. 21-C-5

    Reflecteren hoe AI nieuwe manieren om data te verwerken mogelijk maakt.

  6. 21-C-6

    Gebruiken van open data om een probleem op te lossen of een onderzoek uit te voeren.

    havo/vwo

21-D

Artificiële Intelligentie (AI)

De leerling verkent mogelijkheden en beperkingen van AI.

  1. 21-D-1

    Beschrijven van de rol en invloed van de kwaliteit en eigenschappen van data voor de werking en resultaten van AI-systemen.

  2. 21-D-2

    Herkennen van veelvoorkomende AI-systemen en hun toepassingen door bedrijven, instellingen en overheden.

  3. 21-D-3

    Beschrijven van verschillen tussen op regels gebaseerde digitale systemen en op statistiek gebaseerde AI-systemen.

  4. 21-D-4

    Doelgericht, verantwoord en kritisch interacteren met een AI-systeem.

  5. 21-D-5

    Experimenteren met het trainen van AI-systemen.

  6. 21-D-6

    Beschrijven van machine learning, expertsystemen en gangbare manieren om AI-systemen te trainen.

    havo/vwo

  7. 21-D-7

    Reflecteren op de mogelijkheden en beperkingen van AI-systemen.

    havo/vwo

Zoek je Digitale geletterdheid voor het primair onderwijs? Bekijk kerndoel 22 t/m 24 van het primair onderwijs.

Bron: SLO, Kerndoelen voortgezet onderwijs (2026, derde druk). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.