Rekenen en Wiskunde · primair onderwijs

Kerndoel 16: De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundig gereedschap

De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundig gereedschap.

2 onderdelen, 9 uitwerkingen · domein Wiskundige denk-werkwijzen

16-A

Gebruik van wiskundetaal en wiskundige representaties

De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundige representaties.

  1. 16-A-1

    Gebruiken van wiskundige symbolen, notaties en begrippen.

  2. 16-A-2

    Leesbaar weergeven van berekeningen en probleemaanpakken.

  3. 16-A-3

    Kiezen en bedenken van representaties om berekeningen en wiskundige redeneringen weer te geven en uit te wisselen.

  4. 16-A-4

    Kritisch beoordelen van een representatie.

  5. 16-A-5

    Relaties leggen tussen verschillende representaties van een wiskundig concept.

16-B

Gebruik van wiskundige instrumenten

De leerling gebruikt meetinstrumenten en andere wiskundige instrumenten.

  1. 16-B-1

    Beredeneerd kiezen voor gebruik van een instrument op basis van de mogelijkheden, beperkingen en meetnauwkeurigheid.

  2. 16-B-2

    Vooraf schatten van meetresultaten en uitkomsten.

  3. 16-B-3

    Gebruiken van een instrument en de bijbehorende wiskundetaal.

  4. 16-B-4

    Bepalen, interpreteren en beoordelen van het resultaat.

Zoek je Rekenen en Wiskunde voor het voortgezet onderwijs? Bekijk kerndoel 10 t/m 17 van het voortgezet onderwijs.

Bron: SLO, Kerndoelen primair onderwijs (juli 2026). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.