Nederlands · primair onderwijs

Kerndoel 4: De leerling voert gesprekken

De leerling voert gesprekken.

2 onderdelen, 10 uitwerkingen · domein Communicatie

4-A

Doelgericht gesprekken voeren

De leerling voert gesprekken afgestemd op doel, gesprekspartner(s) en context.

  1. 4-A-1

    Inzetten en uitbreiden van vaardigheden om gesprekken constructief te laten verlopen: luisteren, herkennen van signalen en passend reageren op de gesprekspartner(s).

  2. 4-A-2

    Actief deelnemen aan gesprekken.

  3. 4-A-3

    Afstemmen van taalgebruik, stemgebruik en non-verbale communicatie op communicatief doel en context.

  4. 4-A-4

    Verwerven en inzetten van informatie afgestemd op kennis, achtergrond, standpunt en perspectief van de gesprekspartner(s).

  5. 4-A-5

    Toepassen van gespreks- en taalconventies, passend bij de gespreksvorm.

4-B

Gesprekken voeren om te leren

De leerling voert gesprekken om tot kennisopbouw, begrip of een aanpak te komen.

  1. 4-B-1

    Verwoorden van kennis, ideeën en standpunten met onderbouwing.

  2. 4-B-2

    Vragen om toelichting, verklaring of bevestiging.

  3. 4-B-3

    Luisteren naar, doorvragen op en ter discussie stellen van de ideeën en perspectieven van gesprekspartners.

  4. 4-B-4

    Accepteren of verwerpen van andermans ideeën met argumenten.

  5. 4-B-5

    Samenvatten van inzichten, verwoorden van oplossingen of trekken van conclusies.

Zoek je Nederlands voor het voortgezet onderwijs? Bekijk kerndoel 1 t/m 9 van het voortgezet onderwijs.

Bron: SLO, Kerndoelen primair onderwijs (juli 2026). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.