Mens en maatschappij · primair onderwijs

Kerndoel 26: De leerling verkent geografische verschijnselen

De leerling verkent geografische verschijnselen.

2 onderdelen, 9 uitwerkingen · domein Mens en ruimte

26-A

Wereldbeeld

De leerling analyseert de wereld met geografische bronnen en verkent haar vanuit persoonlijk perspectief.

  1. 26-A-1

    Aanwijzen van de ligging van continenten, oceanen, gebergten, rivieren, landen en steden op topografische kaarten.

  2. 26-A-2

    Uitleggen dat Nederland deel uitmaakt van de Europese Unie en dat Nederland inclusief Caribisch Nederland, samen met Aruba, Curaçao en Sint-Maarten het Koninkrijk der Nederlanden vormt.

  3. 26-A-3

    Onderscheiden van verschillende landschappen en geografische indelingen en grenzen met gebruik van topografische, overzichts- en thematische kaarten.

  4. 26-A-4

    Beschrijven van bevolkings- en cultuurkenmerken van gebieden.

  5. 26-A-5

    Verkennen van betekenissen die je aan plaatsen kunt geven.

26-B

De aarde als leefomgeving

De leerling beschrijft hoe menselijk handelen en de leefomgeving elkaar beïnvloeden.

  1. 26-B-1

    Verbanden leggen tussen geografische kenmerken en de inrichting van de leefomgeving voor wonen, voedselvoorziening, werk, infrastructuur en recreatie.

  2. 26-B-2

    Beschrijven hoe natuurlijke omstandigheden van invloed zijn op de inrichting van gebieden: water, bodem en klimaat.

  3. 26-B-3

    Beschrijven van maatregelen waarmee inwoners van Nederland nu en in de toekomst kunnen omgaan met de gevolgen van klimaatverandering.

  4. 26-B-4

    Beschrijven hoe het gebruik van natuurlijke grondstoffen leidt tot veranderingen in de natuur: productie, consumptie, afval en transport.

Zoek je Mens en maatschappij voor het voortgezet onderwijs? Bekijk kerndoel 24 t/m 28 van het voortgezet onderwijs.

Bron: SLO, Kerndoelen primair onderwijs (juli 2026). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.