Bewegen en sport · primair onderwijs
Kerndoel 40: De leerling geeft betekenis aan bewegen
De leerling geeft betekenis aan bewegen.
2 onderdelen, 10 uitwerkingen · domein Betrokken bewegen
Oriënteren op beweegcontexten
De leerling oriënteert zich op beweegcontexten.
- 40-A-1
Herkennen van verschillende beweegactiviteiten.
- 40-A-2
Verkennen van diverse beweegomgevingen en organisatievormen.
- 40-A-3
Onderscheiden van verschillende doelgroepen aan beweegactiviteiten.
- 40-A-4
Herkennen van verschillende motieven en doelen om deel te nemen aan bewegen en sporten.
- 40-A-5
Verkennen van de relatie tussen bewegen en welbevinden.
Beweegidentiteit ontwikkelen
De leerling onderzoekt welke vormen van bewegen passen bij eigen voorkeuren.
- 40-B-1
Verwoorden welke ervaringen en welke beleving bewegen oproept.
- 40-B-2
Vergelijken van eigen interesses, kwaliteiten en motieven met die van de anderen.
- 40-B-3
Uitleggen hoe ervaringen worden beïnvloed door de beweegcontext.
- 40-B-4
Reflecteren op de eigen ontwikkeling in het bewegen.
- 40-B-5
Kiezen van beweegactiviteiten in verschillende contexten.
Zoek je Bewegen en sport voor het voortgezet onderwijs? Bekijk kerndoel 43 t/m 45 van het voortgezet onderwijs.
Bron: SLO, Kerndoelen primair onderwijs (juli 2026). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.
