Bewegen en sport · primair onderwijs

Kerndoel 38: De leerling ontwikkelt zich in het bewegen

De leerling ontwikkelt zich in het bewegen.

3 onderdelen, 10 uitwerkingen · domein Leren bewegen

38-A

Deelnemen aan bewegen

De leerling neemt deel aan beweegactiviteiten in uiteenlopende beweegthema’s.

  1. 38-A-1

    Balanceren, bewegen op muziek, doelspelen, draaien, hardlopen, intensief bewegen, jongleren, klimmen, springen, stoeien en treffen, terugslagspelen, tikspelen, wegspelen en mikken, zwaaien.

38-B

Verbeteren beweegvaardigheid

De leerling verbetert de beweegvaardigheid.

  1. 38-B-1

    Aangaan van beweeguitdagingen.

  2. 38-B-2

    Zoeken naar oplossingen wanneer het bewegen niet regelmatig lukt.

  3. 38-B-3

    Controle houden wanneer het bewegen regelmatig lukt.

  4. 38-B-4

    Experimenteren met complexere beweegactiviteiten.

  5. 38-B-5

    Inzicht tonen in de bedoeling en uitvoering van beweegactiviteiten.

38-C

Beweegactiviteit passend maken

De leerling stemt beweegactiviteiten af op de eigen mogelijkheden.

  1. 38-C-1

    Inschatten van de eigen mogelijkheden in relatie tot de complexiteit van de beweegactiviteit.

  2. 38-C-2

    Kiezen voor gepaste complexiteit van de opdracht binnen de beweegactiviteit.

  3. 38-C-3

    Meebeslissen over de inrichting van de beweegactiviteit.

  4. 38-C-4

    Aanpassen van de beweegactiviteit met betrekking tot ruimte, materiaal, regels en leerhulp.

Zoek je Bewegen en sport voor het voortgezet onderwijs? Bekijk kerndoel 43 t/m 45 van het voortgezet onderwijs.

Bron: SLO, Kerndoelen primair onderwijs (juli 2026). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.