Bewegen en sport · voortgezet onderwijs
Kerndoel 45: De leerling geeft betekenis aan bewegen
De leerling geeft betekenis aan bewegen.
2 onderdelen, 10 uitwerkingen · domein Betrokken bewegen
Oriënteren op beweegcontexten
De leerling oriënteert zich op beweegcontexten.
- 45-A-1
Herkennen van verschillende beweegactiviteiten.
- 45-A-2
Verkennen van diverse beweegomgevingen en organisatievormen.
- 45-A-3
Onderscheiden van verschillende doelgroepen aan beweegactiviteiten.
- 45-A-4
Herkennen van verschillende motieven en doelen om deel te nemen aan bewegen en sporten.
- 45-A-5
Verkennen van de relatie tussen bewegen en welbevinden.
Beweegidentiteit ontwikkelen
De leerling onderzoekt welke vormen van bewegen passen bij eigen voorkeuren.
- 45-B-1
Verwoorden welke ervaringen en welke beleving bewegen oproept.
- 45-B-2
Vergelijken van eigen interesses, kwaliteiten en motieven met die van de anderen.
- 45-B-3
Uitleggen hoe ervaringen worden beïnvloed door de beweegcontext.
- 45-B-4
Reflecteren op de eigen ontwikkeling in het bewegen.
- 45-B-5
Kiezen van beweegactiviteiten in verschillende contexten.
Zoek je Bewegen en sport voor het primair onderwijs? Bekijk kerndoel 38 t/m 40 van het primair onderwijs.
Bron: SLO, Kerndoelen voortgezet onderwijs (2026, derde druk). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.
