Bewegen en sport · voortgezet onderwijs

Kerndoel 43: De leerling ontwikkelt zich in het bewegen

De leerling ontwikkelt zich in het bewegen.

3 onderdelen, 10 uitwerkingen · domein Leren bewegen

43-A

Deelnemen aan bewegen

De leerling neemt deel aan beweegactiviteiten in uiteenlopende beweegthema’s.

  1. 43-A-1

    Balanceren, bewegen op muziek, doelspelen, draaien, hardlopen, intensief bewegen, jongleren, klimmen, springen, stoeien en treffen, terugslagspelen, tikspelen, wegspelen en mikken, zwaaien.

43-B

Verbeteren beweegvaardigheid

De leerling verbetert de beweegvaardigheid.

  1. 43-B-1

    Aangaan van beweeguitdagingen.

  2. 43-B-2

    Zoeken naar oplossingen wanneer het bewegen niet regelmatig lukt.

  3. 43-B-3

    Controle houden wanneer het bewegen regelmatig lukt.

  4. 43-B-4

    Experimenteren met complexere beweegactiviteiten.

  5. 43-B-5

    Inzicht tonen in de bedoeling en uitvoering van beweegactiviteiten.

43-C

Beweegactiviteit passend maken

De leerling stemt beweegactiviteiten af op de eigen mogelijkheden.

  1. 43-C-1

    Inschatten van de eigen mogelijkheden in relatie tot de complexiteit van de beweegactiviteit.

  2. 43-C-2

    Meebeslissen over de inrichting van de beweegactiviteit.

  3. 43-C-3

    Kiezen voor gepaste complexiteit van de opdracht binnen de beweegactiviteit.

  4. 43-C-4

    Aanpassen van de beweegactiviteit met betrekking tot ruimte, materiaal, regels en leerhulp.

Zoek je Bewegen en sport voor het primair onderwijs? Bekijk kerndoel 38 t/m 40 van het primair onderwijs.

Bron: SLO, Kerndoelen voortgezet onderwijs (2026, derde druk). Wij nemen de tekst ongewijzigd over. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.